Valerie: Mijn weg van jonge ukkie tot nu

22.04.2020FIETSEN

Ik ben nu iets meer dan 13 jaar actief in het dameswielrennen.  Ik startte mijn carrière bij de 13-jarige aspiranten.  Ondanks dat in mijn dichte familie heel wat wielerliefhebbers zitten, was de keuze om te starten met wielrennen volledig mijn eigen wil.   Ik weet niet waarom, maar om één of andere reden, wou ik echt koersen.

Bij de aspiranten en nieuwelingen was ik een echte meeloper.   Ik had zelfs moeite om bij de eerste tien te finishen in een jeugdwedstrijd.   Maar… ik deed het graag.   Met een glimlach kijk ik nu terug op die beginperiode.   Sommige herinneringen zijn echt hilarisch.   Mijn training bestond meestal uit twee ritjes per week van ca 1,5 tot maximaal 2 uur, samen met mijn papa, waarbij wij onderweg minstens één keer moesten stoppen om ons te bevoorraden : een wafel, een taartje, een cola… ik denk dat ik op sommige trainingen meer calorieën binnen had dan verbruikt.

Ook op wedstrijddagen ging het allemaal niet professioneel : wanneer wij een verre wedstrijd hadden, dan werd er onderweg aan een wegrestaurant halt gehouden en niet zelden at ik daar kip met frietjes, een paar uur voor de wedstrijd.

Wat ik in het jeugdwielrennen wel altijd belangrijk vond, waren de wedstrijden in de Ardennen en de klimwedstrijden in Nederlands Limburg.   Jammer genoeg zijn er weinig dergelijke wedstrijden, maar van één ding ben ik zeker : als je die wedstrijden links laat liggen, wegens te lastig, is er weinig hoop om het later te maken.   Wij stonden dikwijls met nauwelijks 10 meisjes aan de start in de Ardennen, maar van de weinige meisjes die doorstoten naar een UCI ploeg, zijn er veel die ik daar aan de start zag.   In Vlaanderen koersen wel al genoeg rond de vlakke kerktoren, heb geen schrik voor een lastige wedstrijd (ook in die klimwedstrijden werd ik soms op minuten gereden, maar dat is niet belangrijk),  maar dergelijke wedstrijden zijn belangrijk en ideaal om met beide voeten op de grond te blijven !

Vanaf mijn 2e jaar junior ben ik dan beginnen samenwerken met een trainer.   Ik leerde trainen met een wattagemeter, van aangepaste voeding was toen nog geen sprake, maar voor het eerst kwam er echt structuur in mijn trainingsprogramma.   Ik groeide langzaam naar de subtop bij de juniores, maar ook hier waren tal van meisjes veel beter dan ik.

Een zeer belangrijk moment is dan de eigenlijke overstap naar de elite.   Aangezien er bij de dames, op het Europees Kampioenschap beloften na, geen wedstrijden zijn voor beloften afzonderlijk, is het dus van bij de juniores, rechtstreeks naar de elite.   Koersen tegen Marianne Vos, Anna Van Der Breggen, Annemiek Van Vleuten, Jolien D’hoore, noem maar op.

Ik heb absoluut niet de pretentie om te zeggen dat mijn weg de beste weg is, de enige weg of zelfs de goede weg.   Ik moet zelf absoluut nog veel evolueren in mijn carrière als renster.   Echter, de raad die ik wil meegeven op basis van mijn ervaring is om goed na te denken over de keuze van de ploeg bij de overstap naar de elite.   Mijn keuze viel op het team van Keukens Redant, en wel om twee redenen :

  1. Deze ploeg reed alle Belgische UCI wedstrijden, met uitzondering van de World Tour.   Dit heeft als voordeel dat je als jonge Belgische belofte vrijwel altijd op de startlijst van de ploeg staat in die wedstrijden.  En geloof me, er is een wereld van verschil tussen een kermiskoers en een wedstrijd zoals bv Omloop Het Nieuwsblad.  Pas mijn derde deelname kon ik Het Nieuwsblad uitrijden, maar de twee voorgaande jaren had ik een schat aan ervaring opgedaan in die wedstrijden, gewoon door deel te nemen, en zolang mogelijk in koers te blijven.In de UCI-teams zijn de plaatsjes duur voor een selectie.   Voor renners met ambitie is dat contact met die wedstrijden superbelangrijk.   Dus, zeker als je zoals ik, een subtopper bent bij de jeugd, zoek het niet te hoog!
  2. Bij deze ploeg was er een goede organisatie qua wintertrainingen.   Vanaf januari op zaterdag en zondag een 4tal uur trainen in de winterkoude, het is geen pretje, maar het is nodig om harder te worden en vooral om het trainingstempo op te krikken.   Als je de kans hebt om regelmatig in ploeg te trainen, hetzij met je team, hetzij 2bv bij een andere groep, zeker doen.   In groep ga je veel minder trainingen overslaan, dan wanneer je alleen in de koude moet trainen.

Vanaf mijn derde jaar bij de beloften heb ik nog een aantal stappen gedaan : ik ben volledig overgeschakeld naar super gezonde voeding, ik heb ook stabiliteitstrainingen in mijn programma geïntroduceerd en in de winter doe ik een aantal stages in Spanje. Ook heb ik toen de stap gezet naar mijn eerste uci – ploeg (sport-vlaanderen).  Het zijn zaken die naarmate je ouder wordt noodzakelijk zijn om nog stappen te zetten; vanaf een bepaald niveau is het echt moeilijk om nog een paar procentjes beter te worden, wie te vroeg te serieus bezig is, zal het zeer moeilijk hebben om die stap te kunnen zetten.
Na 2 jaar sport-vlaanderen maakte ik de overstap naar lotto-soudal.

  

Tot slot nog een laatste punt voor jonge renners en hun “entourage” : laat de jonge sporters op een rustige manier groeien, hou het plezant, kaffer uw dochter niet uit wanneer het een keertje minder gaat, want bij de elite zal het verschillende keren “minder gaan”, maar probeer hen de liefde voor de sport te laten behouden, en geniet van kleine vooruitgang bij de elite in plaats van onrealistische verwachtingen : ikzelf was doodgelukkig toen ik – als tweedejaarsbelofte vier minuten na de winnaar als 102e en totaal loss mijn eerste UCI wedstrijd uitreed in Boezinge.   Dat is wat ik bedoel met kleine vooruitgang !

Nog kort even dit:
Dit seizoen is mijn 2de seizoen zijn bij de CCC-Liv ploeg. Ik rijd samen met rensters waar ik stuk voor stuk naar opkijk. Een professionele omgeving op worldtour niveau waar ik nog steeds elke dag nieuwe dingen leer.

Ik kijk er naar uit om terug samen met mijn ploegmaats te strijden in de wielerwedstrijden.

 

Greetz,

Valerie Demey
@cyclingcube

(Photocredits: Kris Claeye, Face Peeters, Chris Auld)